Door L.J. van Valen


Begin maart jl. heeft de christelijke pers uitvoerig aandacht besteed aan het pas opgerichte ERO, een afkorting van "Evan­ge­lisch-Reformatorisch Ontwaken". Een groep christe­nen uit verschillende denominaties gaf uitdrukking aan haar streven middels een brochure, getiteld Oproep tot gemeenschappelijk schuldbe­lijden. De reacties op deze oproep waren niet alle eenslui­dend; de meeste hadden een kritische onder- of boven­toon. Een aantal mensen is van mening dat de oproep in een dergelij­ke vorm en vanuit een gemêleerd gezelschap niet effectief kan zijn.

Wat beoogt ERO precies? De ondertitels van de brochure, "Wij hebben gezondigd!" en "Nederland, kom tot inkeer!", verraden een brede dimensie. ERO richt zich op de nationale situatie van land en volk en illustreert dit met een directe en concrete diagnose. De toenemende morele verloedering, criminali­teit, het afnemende respect voor het menselijk leven, om enkele misstanden te noemen, staan niet los van de kerkverla­ting en geesteloosheid binnen de geloofsgemeenschappen. Juist deze relatie maakt het nodig om de hand in eigen boezem te steken. Het bevrijdende van deze brochure is dat de vinger naar zichzelf wordt gewezen. Vanuit het besef van het falen van het christendom in de geseculari­seerde wereld wordt de noodzaak van schuld­belijdenis beklemtoond. In heel de brochure staat de noodzaak van verootmoediging centraal, niet alleen ten opzichte van God, maar ook als christenen ten opzichte van elkaar en, niet te vergeten, ten opzichte van land en volk. Met name dit laatste wordt in de brochure breed uitgewerkt met vermelding van concrete zonden. Het boetekleed wordt aangedaan en zonder omhaal wordt de schuld op zichzelf geprojecteerd.

Naast een uitvoerige analyse van het eigen falen wordt de weg naar herstel aangewezen. Alleen via de weg van verootmoediging en volkomen vertrouwen op de overwinnende kracht van Gods genade wordt de weg gebaand naar een geeste­lijk reveil. Een citaat uit de brochure moge dit illustreren:

De kernboodschap van alle opwekkingen was steeds: Opwekking begint bij jezelf. Opwekking is: Gods vinger wijst naar mij. Wat baat het mij persoonlijk, als ik in koor roep: "Wij hebben gezondigd", wanneer dit niet gepaard gaat met: "Ik, ík heb gezondigd!"? Dan gaat de zegen des Heeren aan de deur van mijn hart voorbij. Wij moeten onszelf heel concreet de spiegel van Gods geboden voorhouden...
...Maar we weten ook dat de Heere ons dan op Zijn genade wijst en ons opwekt om vast te geloven dat Hij onze zonden wil vergeven om Christus' wil.


Wat is het unieke, het karakteristieke van ERO? Worden hier slechts opnieuw open deuren ingetrapt? Is de noodzaak van opwekking, een nieuw reveil, niet steeds de oproep van organisaties en ge­loofsgemeenschappen die met de situatie van Nederland bewogen zijn? Het kenmerkende van ERO is echter dat deze oproep geschiedt vanuit christenen uit alle geledingen van protestants-christelijk Nederland. De noodzaak van eenheid van alle ware christengelovigen is punt één van de doelstel­ling. Zij beoogt geen nieuwe organisatie te zijn, maar wil als een handreiking fungeren om het christendom het kwaad van verdeeldheid voor te houden. Zij beoogt niet eerst alle onderlinge verschillen te analyseren en tot een soort van grootste gemene deler te komen. Zonder de verschillen in leer en accenten te willen bagatelliseren, geeft ERO aan dat alleen vanuit de samenbinding van alle gelovigen een reveil mag worden verwacht. Zolang de ‘muren van Jeruzalem' scheu­ren blijven vertonen en hier en daar verbrokkeld zijn, kan er geen sprake zijn van een doeltreffende oproep naar het eigen land.

Verootmoediging is wel een imperatief, maar aan de andere kant een goddelijk werk. Alleen de Heilige Geest kan een oprechte gemeenschappelijke schuldbelijdenis bewerken. Vanuit de Schrift en vanuit de geschiedenis van de opwekkingen is het zonneklaar dat de Heilige Geest het voortouw neemt. Alle menselijk activisme en ook passiviteit worden hierbij uitgeschakeld. De noodzaak van een geestelijke opwekking, vanuit de verootmoe­diging naar de vernieuwing, is de zaak die door ERO wordt bepleit.

De geschiedenis van de strijd om kerkherstel van de laatste 150 jaar heeft bewezen dat iedere andere methode om tot vernieuwing te komen een doodlopende weg is. Ook heeft ieder onderling gesprek om tot eenheid van de belijders te komen tot op heden niets uitgewerkt. De enige weg om een vernieu­wing van de gemeente van Christus te bewerken, is bijbels gezien de weg van vernedering, van verbrokenheid, van besef van zonde. Deze weg opent perspectieven naar de 21e eeuw!

De brochure bevat ook een hoofdstuk met een aantal praktische adviezen in verband met het houden van bidstonden voor verootmoediging en opwekking. Bidstonden hebben in de geschiedenis vaak de weg gebaand tot grote opwekkingen. Juist op deze wijze wil ERO de eenheid onder christenen met verschillende achtergronden stimuleren. De gemeenschappelijke noemer waaronder men elkaar vindt, is de schuldbelijdenis van eigen en gemeen­schappelijke zonden.

De brochure Oproep tot gemeenschappelijk schuldbelij­den van ERO, in uitgebreide of verkorte vorm, is vrij verkrijg­baar bij het secretariaat, Noordendijk 707, 3319 GK Dordrecht (tel. 078-6163351). Giften voor het werk van ERO, met name voor een herdruk van de brochure, zijn welkom door storting of overschrijving op postbanknummer 4038262 t.n.v. L.J. van Valen te Dordrecht (dit nummer is gereserveerd voor ERO).


© 2003 George Whitefield Stichting.